vrijdag 17 januari 2014

Nog even naar Indië

Dat Cor Ran (met zijn vrouw Annie en hun dochters Elly (in 1929 geboren in Modjokerto ) en Tineke (in 1932 geboren in Soerabaja) én Cors jongere zus Cornelia (met haar man Jan van der Wiele en hun dochter Rietje) tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd waren in Indië, maakte dat ik iets meer wilde weten over de kampen in Indië dan ik op school had geleerd. Nog even naar Indië dus, en dan terug naar Gorcum - en naar de kern van dit blog: het leven van mijn moeder -.

Mijn vaders ‘oom Cor’ was onderwijzer en vertrok naar Indië omdat hij daar werk kon krijgen aan de Koningin Emma School (KES) in Soerabaja, op Java. Waarschijnlijk heette die school eerst NIAS, en als ik het goed heb begrepen leidde de school Indo Europese jongens op voor werk in de gezondheidszorg. Tineke vertelt me dat ze nog een foto heeft van haar vader voor het schoolgebouw. Helaas heeft ze geen scanner, maar op internet vind ik het gebouw terug.












Via Jan Ran (een neef van Tineke) krijg ik een foto van Cor en Annie (links achter) in Indië, met vooraan in het midden Elly en Tineke. Toen de foto werd genomen, ging alles nog goed. Na 8 maart 1942 verandert de situatie snel.


  










Op 18 oktober 1945 zetten de broers en zussen Ran een overlijdens-advertentie in een Gorcumse krant: hun broer Cor is overleden, in januari 1945 in Ngawi (een interneringskamp). Maar van Tineke hoor ik dat haar vader al een jaar eerder is overleden, op 22 januari 1944, en in een ander kamp: Tjimahi. Onder de advertentie ontbreken Cornelia Ran en haar man Jan van der Wiele. Waarschijnlijk weet de familie in Nederland nog niet hoe het met hen is. 

















In de bibliotheek van Rotterdam vind ik de Geïllustreerde atlas van de Japanse kampen in Nederlands Indië 1942-1945 (Purmerend, 2001), met gedetailleerde gegevens over de kampen zelf en over transporten van geïnterneerden. Hoe kan het Cor zijn vergaan? Tineke was 9 jaar toen ze haar vader voor het laatst zag, dus hij is, zoals de meeste mannen, in 1942 vastgezet. Vanaf april 1942 werden veel ambtenaren uit Soerabaja verzameld in de Boeboetangevangenis in de stad. En op 27 februari 1943 komen 385 ambtenaren uit Soerabaja aan in Tjimahi. Misschien was Cor daarbij. 

Jan Ran vertelt me dat Annie (de vrouw van Cor) en Cornelia (de vrouw van Jan) met hun kinderen in hetzelfde kamp zaten. De internering verliep in fasen: eerst krijgsgevangenen en mannen, een half tot anderhalf jaar later vrouwen en kinderen. In Soerabaja kwamen de vrouwen en kinderen eerst in gewone (maar op den duur overvolle) woningen in stadswijken als Koepang en Darmo terecht. Vanaf september 1943 tot april 1944 werden ze getransporteerd naar kampen in Ambarawa, Moentilan, Semarang en Tangerang. In haar roman ‘Soerabaja’ beschrijft Pauline Slot die oorlogsjaren in Indië. Zo moet het ongeveer geweest zijn.

Als op 15 augustus 1945 Japan capituleert, is de ellende niet afgelopen. Twee dagen later roept Soekarno de Republiek Indonesië uit en kort daarna, vanaf oktober, barst het geweld van de pemoeda's (Indonesische nationalistische jongeren) los. Vooral op Java, en het meest extreem in Soerabaja.  De Japanners worden tijdens deze 'Bersiap' op veel plaatsen beschermers in plaats van vijanden. Maar in Soerabaja krijgen de nationalisten de wapens van de Japanners in handen. De situatie is gevaarlijk en chaotisch. Pas begin december 1945 krijgen de troepen van Mountbattan Soerabaja enigszins onder controle. Toch eist de Bersiap tot eind maart 1946 nog veel slachtoffers. Pas vanaf april 1946 komt de evacuatie van Nederlanders op gang.

Ook Annie, Elly, Tineke, Jan, Cornelia en Rietje worden uiteindelijk geëvacueerd. Wanneer en hoe weet ik niet. De totale sterfte in de burgerkampen van Indië was 1 op 8, lees ik in de atlas. Van de 7 geïnterneerde ‘Rannen’ komt er één niet terug. Annie overlijdt kort na de oorlog, op 26 augustus 1947, in Nederland.

Tineke maakt in Gorinchem kennis met (onder andere) haar tante Door en oom Rienus Nieuwstad. Ze heeft nog steeds de ring met marquesietjes, die ze bij hen mocht uitzoeken. 

donderdag 16 januari 2014

Kedichem revisited

Als ik net - na een pauze van ruim een half jaar – van plan ben om dit blog weer op te pakken, vind ik een berichtje in mijn mailbox. Barry van Baalen (uit Gorinchem) herkende zijn betovergrootouders in de post 'Koe vangt haas' (mei 2011): Pleuntje van der Plas en Cornelis Versluis uit Kedichem. Die betovergrootouders blijken we te delen. Barry is wel van een andere tak: de ‘Trompen’. Anna Versluis, de jongste zus van mijn overgrootvader Gerrit Versluis, trouwde met Cornelis Tromp en woonde, voor zover Barry weet, in Vogelswerf.

Hij heeft foto’s, mailt hij, maar de foto op het blog kende hij nog niet. We wisselen dus foto’s en informatie uit. Daarom nu even terug naar Kedichem, naar Pleuntje en Cornelis. 


















Ze zijn in Gorcum op de foto gezet, bij Pelgrom. Ik krijg ook nog een foto van het (bijna) complete gezin Versluis. Op die foto herken ik rechts vooraan het ‘koppie’ van mijn overgrootvader Gerrit Versluis, de oudste zoon, geboren op 17 februari 1860. Daarna komen er nog 5 jongens: Willem, Marinus, Arie, Laurens en Cornelis. En twee meisjes: Maaike en Anna (geboren op 18 mei 1881). 
















Dat maakt in totaal 6 zoons en 2 dochters. Ik tel op de foto (buiten de ouders) 5 heren en 2 dames. Het lijkt me het meest waarschijnlijk dat dit alle kinderen zijn op 1 zoon na (die er misschien gewoon niet bij kon zijn). De zoons zijn al behoorlijk kaal. Misschien is de foto gemaakt ter gelegenheid van 50 jaar huwelijk? Dan is de foto van maart 1908 en is Gerrit op de foto 48 jaar. 

woensdag 22 mei 2013

Een 'Indische' connectie


Wat wist mijn moeder over het verloop van de oorlog in Nederlands Indië? Er werd natuurlijk geluisterd naar de radio en er waren de gewone kranten. Wat stond daarin? Ik tik 'Javazee' in als zoekterm in het digitaal krantenarchief van Gorcum. Niets. 'Java' dan? In het Nieuwsblad voor Gorinchem en omstreken van 6 maart 1942 staat het 'Buitenlandsch overzicht' van 2 maart 1942. Japan is op drie plaatsen op Java geland en ook de slag in de Javazee komt aan bod:















Ik betwijfel of mijn moeder zich op dat moment druk heeft gemaakt over het verloop van de oorlog in Indië. Ze maakte zich zorgen over haar broers, dat zeker, maar ze wist niet waar die precies zaten. Buiten dat is me altijd opgevallen dat haar focus lag op haar eigen gezin. Ze deed de hele oorlog lang haar uiterste best om Theo (en later ook Frieda) netjes in de kleren te houden en – belangrijker nog – om hen voldoende te eten te geven. Ook zelf probeerde ze er ondanks alles goed uit te zien. Na de oorlog vroeg ze zich af waarom ze zich daar 'in vredesnaam' zo druk over had gemaakt en nam ze zich voor om een volgende keer 'gewoon een deken om te slaan'. Toch verbaast het me niet. Goed voor jezelf zorgen is een manier om je waardigheid te behouden. Juist als die je is afgenomen, kan dat extra belangrijk worden.

In Nederlands Indië zijn de consequenties van de Japanse inval, nu ook op het bestuurscentrum Java, enorm. Zo’n 330.000 Westerse burgers en 89.000 militairen (Nederlands, maar ook o.a. Ambonees en uit geallieerde landen) worden na de capitulatie op 8 maart 1942 geïnterneerd. Mijn familie kreeg daar niet mee te maken, dacht ik. Maar dat blijkt onjuist. Een broer en een zus van Door – mijn oma Nieuwstad – woonden allebei met hun gezin in Indië. Ooms en tantes van mijn vader, die hij zich misschien alleen herinnerde van toen hij klein was. Voor mijn moeder waren het vreemden. Maar voor Door niet: zij moet zich wél zorgen hebben gemaakt toen ze vanaf maart 1942 geen contact meer met hen kon krijgen.















In de fotocollectie van Arnold jr. zit deze foto. Peter (van Jan) heeft een vage variant, maar met namen erbij: v.l.n.r. zien we oom Cor, ene Mien van Leeuwen, tante Annie en Door. Het staande jongetje moet mijn vader zijn. Cor Ran en Annie van Loenen trouwden op 28 september 1922 in Haarlem. Ze zijn allebei onderwijzer. Bij zijn huwelijk is Cor 30 jaar. Deze foto kan rond die tijd genomen zijn, of iets vroeger.

Via Peter en Rienus (van Jan, rechts onder op de foto) heb ik het mailadres gekregen van één van de dochters van oom Cor en tante Annie: Tineke Ran. Ze is 81 jaar en woont in Australië. Haar oorlogservaringen zijn van haar en komen hier niet aan bod. Ik beperk me tot de feiten, voor zover ik die kan achterhalen. 



zondag 12 mei 2013

Waar blijft de Heemskerck?


In de staat van dienst van Gerrit staat, dat hij het Oorlogsherinneringskruis kreeg met de gesp ‘Krijg ter Zee 1940-1945’ en de gesp ‘Java Zee 1941-1942’. Die gesp kreeg je vast niet door te laat te komen voor de slag in de Javazee, wat ik eerder over de Heemskerck schreef. Hoe zit dat?

Nu maar meteen een degelijke bron geraadpleegd: Ph. M. Bosschers driedelige ‘De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog’, uit 1986. In deel 2 en 3 staat informatie over het verloop en de nasleep van de slag, die zo desastreus eindigde. De Heemskerck vertrekt op 25 februari 1942 uit Trincomalee met munitie voor de Britse schepen. Onderweg volgt een concrete order: naar Tjilatjap. In de nacht van 1 op 2 maart zijn ze daar nog 12 uur vandaan.

In de dagen daarvoor is hevig gevochten om Japan te beletten met een invasievloot van 30 transportschepen op Java te landen. Begin 1942 is ABDACOM gevormd: American British Dutch Australian Command onder Britse leiding. Gezamenlijke oefeningen zijn niet aan de orde, ze moeten meteen aan de bak. Begin februari vormt ABDACOM een Striking Force onder schout-bij-nacht Karel Doorman, die onder de Nederlandse vlootvoogd Helfrich valt. Vanaf 20 februari is de Striking Force actief rond Java. Japan blijkt sterk en heeft luchtoverwicht. Op 26 februari is duidelijk dat Japan aan land wil gaan op Oost Java.






uitsnede kaart Indische archipel, Bosscher deel 2, pagina 354


Doormans doel is de Japanse transportvloot. Maar waar zit die vloot? Bovendien heeft hij luchtsteun nodig om Japan aan te kunnen. Die vraagt Doorman herhaaldelijk, maar krijgt hij niet. In de nacht van 26 op 27 februari is Doorman op zoek naar de Japanners, maar vindt hij ze niet, mede omdat verkenningsberichten niet of sterk vertraagd doorkomen. In de ochtend van de 27e krijgt Doorman van Helfrich de order om aan te vallen. Rond 16.00 uur barst een gevecht los waarbij de Kortenaer en de Electra verloren gaan; de Exeter raakt beschadigd en draait af. Andere schepen volgen, wat niet de bedoeling is. Dat is het moment waarop Doorman seint: ‘All ships follow me’. Zo weet hij de kruiserlinie te herstellen.

Intussen is de Japanse transportvloot om 17.00 uur verkend, maar Doorman krijgt de locatie pas om 19.30 uur door. Hij probeert waarschijnlijk, met of zonder informatie, tussen de transportvloot en de landingslocatie te komen. Daarbij loopt de Jupiter op een (geallieerde) zeemijn. Zijn eigen schip, HM De Ruyter, wordt rond 23.30 uur getroffen, vrijwel tegelijk met de Java. Doorman gaat op 28 februari om 1.00 uur met zijn schip ten onder. Waller, ‘second in command’, besluit kort daarna terug te trekken.

Een klein deel van de vloot was beschikbaar gehouden voor een eventuele Japanse aanval op West Java. Die vijf schepen ontkomen naar Ceylon. Vier Amerikaanse jagers bereiken via de straat van Bali het Australische Fremantle. Maar zes andere geallieerde schepen gaan nog verloren: de Evertsen, de Houston en de Perth in Straat Soenda – de route waarlangs ze naar de Indische Oceaan willen ontsnappen –, de eerder beschadigde Exeter, geëscorteerd door de Encounter en de Pope nog voordat ze Straat Soenda hebben bereikt.

Doorman heeft achteraf veel kritiek gehad. Oók van Gerrit Versluijs, vertelt zijn zoon. Gerrit vond dat Doorman had moeten wachten op versterking van o.a. de Heemskerck. Doorman was het duidelijk met Gerrit eens dat hij versterking nodig had, vooral in de vorm van tijdige inlichtingen en luchtsteun. Maar die kreeg hij niet. Wel kreeg hij - van Helfrich - de niet mis te verstane order om aan te vallen op de 27e, met schepen uit vier verschillende landen, die nog nooit samen hadden geopereerd en die al verschillende dagen (en nachten) actief waren in het gebied.









de Heemskerck in camouflagekleuren, maritiemdigitaal.nl


Waar blijft de Heemskerck? Die heeft in de nacht van 1 op 2 maart de order gekregen om terug te keren. Volgens Bosscher wordt de kruiser op de ochtend van 2 maart verkend door een Japans vliegtuig, waarna er 9 bommenwerpers verschijnen. Salvo’s van de Heemskerck hebben geen effect: de bommenwerpers zitten te hoog. Maar de bommen hebben ook weinig effect: de Heemskerck weet ze te ontwijken. Volgens Bosscher was het schip op 6 maart terug op Ceylon. Volgens Gerrits zoon voer de Heemskerck daar via Australië heen. Dan moet de kruiser erg snel geweest zijn, want op de heenweg had hij vier dagen nodig gehad om Nederlands Indië te bereiken.

maandag 29 april 2013

Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort


Als Rinus jr. in Den Haag is opgepakt, gaat zijn vriendin Corrie dat in Gorcum aan zijn ouders vertellen. Dit blijkt uit enkele brieven die ik kreeg van Thea, hun dochter. Daarna gaat Corrie terug naar Den Haag waar ze probeert met Rinus in contact te komen. Als ze op 12 augustus 1943 bericht krijgt dat ze hem kan opzoeken in Scheveningen, blijkt hij intussen naar Amersfoort getransporteerd te zijn.

Zijn ouders pakken een houten koffer voor hem in en zijn vader en broer Cor (mijn vader) vertrekken naar Den Haag, waar ze Corrie oppikken om daarna met z’n drieën de koffer naar Amersfoort te brengen. Een hele reis, vermoedelijk per trein, met een koffer die Rinus nooit zal ontvangen.

Vanuit Amersfoort schrijft Rinus op 15 augustus 1943 een brief aan Corrie, op briefpapier van ‘Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort’. Het vakje ‘Zensiert’ is geparafeerd. ‘ ’t Moest er toch een keer van komen als ik hier rondkijk’, schrijft hij. In kamp Amersfoort zitten in die tijd veel mannen die de arbeidsinzet saboteerden. Uit de brief van Rinus blijkt onzekerheid over wat hem te wachten staat. Moet hij al snel naar Duitsland of nog niet? Hij vraagt om geld en om post. Corrie antwoordt meteen en vertelt over de koffer die ze hebben gebracht. Ze wil natuurlijk graag dat hij die krijgt, maar het briefpapier belooft weinig goeds: ‘Der Empfang von Paketen ist verboten’.

Op 14 september schrijft moeder Door een brief aan haar zoon. Twee brieven van Rienus sr. zijn dan al teruggekomen in Gorcum met het opschrift ‘heeft al post ontvangen’. Door spreekt haar zoon moed in, maar verraadt haar bezorgdheid met een doorhaling: ‘Corrie doet alle moeite om je vrij te krijgen, wie weet lukt het haar niet’. Dan volgt een soort bezweringsformule van ongeveer twaalf regels waarin ze alles opnoemt wat in de gebrachte koffer zit, en in de koffer die nog zal komen: ‘je daagse pak, zondagsvest, slipover, 4 paar wollen sokken…’

Rinus mag één keer per maand schrijven, zijn volgende brief aan Corrie is van 14 september. Hij gaat  die vrijdag op transport, meldt hij, naar verwachting eerst naar Vught en dan misschien naar Rusland. In Vught verwacht hij nog bezoek te mogen ontvangen. ‘Hier is het nutteloos zonder voorafgaande toestemming. ……………… (onleesbaar gemaakte passage, ook deze brief is gecensureerd) veroordeeld.’ Corries brief van 15 september kruist de zijne: ‘Zoals je moeder al schrijft zijn we bezig om wat voor je gedaan te krijgen met het oog op je M V’. Lees ik dat goed? En wat is dat? Een vrijstelling misschien? 


















Of hij nog naar Vught is getransporteerd, weet ik niet. Wel hebben ‘ze’ wat voor hem gedaan gekregen, want hij komt tussen half september en oktober 1943 weer naar huis. Mogelijk heeft zijn werkgever, staalbedrijf De Vries Robbé, hem geholpen. Zijn dochter Thea heeft een foto van haar vader gedateerd oktober 1943. Zijn haar is eraf, en zijn jongensachtigheid ook. De beelden uit het kamp blijven hem bij. Vele jaren later is hij er, na een hartoperatie, weer bomen aan het zagen.    

maandag 22 april 2013

Nagekomen post

Mijn neef Frits (van Gerrit) heeft een verrassing voor me. Ook al zal er ongetwijfeld gehandeld zijn in poststukken uit de verongelukte Uiver, de brief die Kees Versluijs op 17 december 1934 aan zijn zoon Gerrit schreef, werd netjes op 28 december afgestempeld in Batavia en is niet verkocht.



























Frits heeft hem na de dood van zijn vader bewaard. Het is een kwetsbaar stukje papier en de tekst is deels onleesbaar, maar wat belangrijk was, is bewaard gebleven voor het nageslacht: ‘Unitas vandaag verloren van ….ten (onleesbaar) met 8-1. Gorcum in rouw zegt Gijs van de Buurman’.









Die Gijs is Gijs van Emmerik, een leeftijdgenoot van mijn moeder. Zijn vader, ook een Gerrit, had veel humor. ’s Zomers op het bankje buiten leek het wel cabaret, volgens mijn moeder. Gijs was niet helemaal goed. Hij ging soms in de tuin staan en riep dan ‘Ik wou dat het overal ging donderen en dat alle bomen omvielen’ of iets van die strekking. Maar hij deed geen vlieg kwaad. Blijkbaar was Gijs een groot fan van Unitas, de plaatselijke voetbalvereniging waar ook Rienus Nieuwstad sr. ooit voor speelde. Net als mijn eigen partner overigens. Zo blijft zoiets in de familie.

De brief gaat over koetjes en kalfjes. De kleine …. (Bep, denk ik, die dan een jaar of vijf is), een ‘lief klein ding’ dat goed met Cees (jr.) kan opschieten, een ‘mooi zoodje voorn’ dat te vangen valt bij ‘de legger van de Sleeuwijkse boot’. Serieus nieuws is er ook: er is iemand overleden, wie zullen we nooit weten want zijn naam is weggebrand. Het pensioen van diens vrouw valt mee, dat dan weer wel. En de toenemende werkloosheid baart vader Versluijs zorgen: ‘Gert als (?) het bij jullie daar ook zo is als hier met het werk dan is het er ook niet best. Want hier komen er wekelijks nog maar steeds bij. Ceesje behoord nu ook bij de werkelozen.’ Waar kennen we dat van?

Het is bijzonder om opeens een brief van je opa in handen te hebben, terwijl je die opa zelf nooit hebt gekend. ‘Voor de Uiver’ staat nog eens extra op de envelop. En als ik het goed heb, is dat er door mijn moeder op gezet. 

vrijdag 12 april 2013

En de Nieuwstadten?


Vijf jongens hadden ze, Rienus en Door. De oudste, Arnold, woonde inmiddels in Amsterdam. Hoe het hem in de oorlog is vergaan, weet ik niet. De volgende, Jan, was als enige in dienst geweest. Hij was dus vanaf eind augustus 1939 gemobiliseerd. Waarvoor werd hij ingezet? Zijn zoon Rienus jr. weet dat hij na 14 mei 1940 de gebombardeerde Bijenkorf in Rotterdam heeft helpen leeghalen. Kort daarvoor was hij betrokken bij het vernietigen van het Nederlandse afweergeschut bij Den Haag, waar de Duitsers geen profijt van mochten hebben. Als ex-militair hoorde hij vanaf begin 1943 bij een belangrijke ‘doelgroep’ voor de Arbeitseinsatz. Ik vermoed dat hij er dankzij zijn werk bij staalbedrijf De Vries Robbé aan ontkwam.

Cor, mijn vader, hebben we al gehad. Dan volgt Theo. In mijn notities van een bezoekje aan diens dochter Rita staat: ‘Theo is in Duitsland tewerkgesteld omdat hij naar de radio luisterde’. Hoe lang? Waar? Wat deed hij er? Vergeten te vragen, merk ik nu. Theo was van 1920 en hoorde daarmee net als zijn broer Rinus (van 1921) tot de vier complete ‘jaargangen’ die eind 1942 voor de Arbeitseinsatz werden opgeroepen. Of hij wel of niet naar de radio luisterde, zal dus niet heel veel hebben uitgemaakt, al mocht dat ook niet.















Theo (foto Rita Nieuwstad)


Vóór het zover was, heeft hij wel geholpen zijn broer Rinus uit kamp Amersfoort te krijgen. Althans: volgens Rienus (van Jan). Dat is niet onwaarschijnlijk, want Theo sprak erg goed Duits. In 1940 haalt hij een diploma Duitse handelscorrespondentie, blijkt uit de Gorcumse kranten. De onderduiker die bij zijn - toen nog toekomstige - schoonouders in Arkel zat, had daar al plezier van gehad. Toen de Duitsers daar iemand wilden inkwartieren, blufte Theo vanuit het bovenraam dat er al iemand zat. Wat natuurlijk klopte.















Rinus in 1942 (foto Thea Bakker)


Rinus, de jongste broer, verging het slechter. Hij werd begin augustus 1943 bij een razzia in Den Haag – waar hij logeerde bij familie van zijn vriendin Corrie – opgepakt. Rinus had zich natuurlijk al lang voor de Arbeitseinsatz moeten melden en zat in plaats daarvan in een bioscoop, dus hij was de klos. Hij wordt korte tijd vastgehouden in Scheveningen en op vrijdag 12 augustus naar kamp Amersfoort getransporteerd, 22 jaar oud.