dinsdag 11 februari 2014

Tippie en Mies

In de Keizerstraat had het gezin Versluijs twee huisdieren: poes Mies en hondje Tippie. Mies was waarschijnlijk meeverhuisd vanaf de Visschersdijk, Tippie moet er later bij gekomen zijn. Tippie en Mies waren allebei dol op mijn moeder en Koos wist dankzij Tippie precies wanneer ze het eten op tafel kon zetten: het hondje hoorde Cor van ver aankomen. Tijdens het eten gingen Tippie en Mies onder haar stoel zitten en als het volgende stukje brood – liefst dik besmeerd met boter – te lang op zich liet wachten, gaven ze haar een tik met hun poot. Geen wonder dat ze zo slank bleef.

Poes Mies kwam al voor de oorlog aan haar einde, toen ze het konijn – dat de familie Versluijs zelf had willen opeten – te pakken had gekregen. Vader Versluijs keelde de kat, maar durfde dat zijn dochter niet te vertellen. En mijn moeder maar zoeken. Ze heeft er veel verdriet van gehad, want ze was erg aan de poes gehecht. Mies was ooit thuis gekomen met een pas geworpen jong in haar bek. Dat leverde ze af om vervolgens het tweede te gaan halen. Maar nadat ze op pad was gegaan voor het derde, kwam ze onverrichter zake terug.

Tippie lustte graag boterhammen, maar naarmate de oorlog vordert, wordt brood steeds schaarser. Bij de gasfabriek kon je huisdieren laten afmaken. Kees Versluijs gaat verschillende keren met Tippie richting gasfabriek én terug. Het valt hem zwaar om zijn hondje daar achter te laten, maar uiteindelijk komt hij toch zonder Tippie thuis.












In de fotoverzameling van Cees jr., de zoon van Frits, kom ik Tippie tegen. Hij speelt met Cees jr. in de achtertuin van Keizerstraat 30. 

maandag 20 januari 2014

Overnachten bij ome Nardus

 Voor dit blog heb ik al heel wat contacten gelegd. Om te beginnen met (soms verre) neven en nichten. En met de nodige instellingen. Maar familieleden van vrienden en vriendinnen zijn natuurlijk ook een ingang voor (aanvullingen op) verhalen en foto's. Zo heb ik - zonder succes - geprobeerd om klassenfoto's van OLS nr.1 te achterhalen bij familieleden van Riek Migchelsen-van Vugt. Ik dacht: daar staan Cor en Riek vast samen op. Misschien kan ik nog eens vragen om een jeugdfoto van Riek: die zullen ze zeker voor me hebben.

De oudste zoon van Clazien Cornelissen, Maarten de Jongh, blijkt nog steeds in Gorcum te wonen en zijn vrouw en hij vinden het prima als ik langs kom. In de fotocollectie van zijn ouders zie ik de 'jassenfoto' van Cor en Clazien terug (zie 'Clazien Cornelissen', september 2011). En een foto van Clazien als typiste bij De Vries Robbé. Zo heeft ook mijn moeder daar gezeten.













Clazien bij De Vries Robbé (foto Maarten de Jongh)


Ik vertel hem over de fietsvakanties van Cor en Clazien. Naar de Veluwe, meestal. Ze spaarden vooraf het geld voor overnachtingen in 'kamphuizen' bij elkaar, maar veel zakgeld bleef er niet over. Konden ze niet ergens gratis overnachten? Clazien bedacht dat ze een oom had op de Veluwe. Ze wist zijn adres niet precies, maar wel dat hij 'bij de muziek' was. Dus sprak ze een jongetje aan: of hij misschien wist waar haar oom woonde. 'Dat zie ik haar wel doen', zei Maarten, 'en dat moet dan ome Nardus geweest zijn, die woonde ergens bij Apeldoorn.' Ome Nardus en zijn vrouw, een kinderloos echtpaar, ontvingen de dames hartelijk. Ze mochten er een paar dagen blijven logeren: missie geslaagd.














Clazien Cornelissen (foto Maarten de Jongh)
















Cor Versluijs


Als ik Maarten vertel over het fietstochtje naar de Roestelberg (post 'Even ertussenuit', oktober 2012), blijkt dat de dames misschien niet eens geld nodig hadden voor het veer naar Sleeuwijk. Want Claziens vader (Maartens opa) werkte jarenlang als stoker op de Gorcum V.









De Gorcum V (gevonden op internet)

De sportzaak van Peter de Jongh - de man van Clazien, op wie ik later terugkom - zat op de Langendijk 14. Het gezin Nieuwstad-Versluijs sportte weliswaar niet erg intensief, maar als we sportspullen nodig hadden, werden die altijd daar aangeschaft, weet ik nog. 'Vroeger zat dansschool De Swart boven de winkel', vertelt Maarten. 'Later gingen wij boven de zaak wonen. We sliepen in de balzaal!'

vrijdag 17 januari 2014

Ridder in precisie

Toen ik klein was, gingen we wel eens op bezoek bij mijn (oud)oom Jan en tante Cornelia. Ze woonden op de Veluwe en hadden een tuin die grensde aan het bos. Het huis hing vol klokken. Om 11 uur ’s ochtends begonnen al die klokken te slaan en sprongen er her en der vogeltjes uit. Ik vond dat als kind fascinerend, maar ben erg blij dat bij ons thuis niemand zo’n hobby heeft.

Voor mij was oom Jan een oud mannetje dat graag prutste met klokken. Wist ik veel. In 1942 was Jan van der Wiele een 48-jarige officier bij de Nederlandse marine, gestationeerd in Soerabaja. Wie weet stonden mijn ooms Gerrit en Frits in hun Indische jaren wel onder zijn bevel. 

Jan van der Wiele had een zus, Johanna, die trouwde met een broer van Cornelia Ran, Laurens. Broer en zus Van der Wiele trouwden dus met zus en broer Ran. Jan Ran, de zoon van ‘oom Laus en tante Jot’, mailt me een foto van Jan als marineofficier. Zijn moeder correspondeerde  intensief met haar broer in Indië.

















Dan kom ik een J. van der Wiele tegen in deel III van de boeken van Bosscher over de Nederlandse marine in de Tweede Wereldoorlog. Op pagina 18 staat dat deze Van der Wiele, officier MSD der 1e klasse, na de oorlog werd onderscheiden voor zijn werk in het kamp. Is dat oom Jan?

Jan Ran mailt me een brief die zijn oom Jan op 26 juni 1947 aan zijn moeder schreef, toen hij op 6 juni was onderscheiden als ‘officier in de orde van Oranje Nassau met de zwaarden’. Dit omdat hij tijdens de oorlog het risico had genomen ‘verboden gereedschap in bezit te houden, daarmede meer dan twaalfhonderd brillen van zijn lotgenoten te herstellen, alsmede een volkomen bruikbare bloeddrukmeter te vervaardigen.’ Ook onderhield en repareerde hij chirurgische instrumenten. 

Jan schrijft dat hij wel denkt ‘dat velen van de collega’s zullen opkijken, als zij hooren waarom ik deze onderscheiding gekregen heb’. En zij niet alleen. Ook ik kijk nu met een heel andere bril naar die knutselende oudoom uit Nunspeet.     

Nog even naar Indië

Dat Cor Ran (met zijn vrouw Annie en hun dochters Elly (in 1929 geboren in Modjokerto ) en Tineke (in 1932 geboren in Soerabaja) én Cors jongere zus Cornelia (met haar man Jan van der Wiele en hun dochter Rietje) tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd waren in Indië, maakte dat ik iets meer wilde weten over de kampen in Indië dan ik op school had geleerd. Nog even naar Indië dus, en dan terug naar Gorcum - en naar de kern van dit blog: het leven van mijn moeder -.

Mijn vaders ‘oom Cor’ was onderwijzer en vertrok naar Indië omdat hij daar werk kon krijgen aan de Koningin Emma School (KES) in Soerabaja, op Java. Waarschijnlijk heette die school eerst NIAS, en als ik het goed heb begrepen leidde de school Indo Europese jongens op voor werk in de gezondheidszorg. Tineke vertelt me dat ze nog een foto heeft van haar vader voor het schoolgebouw. Helaas heeft ze geen scanner, maar op internet vind ik het gebouw terug.












Via Jan Ran (een neef van Tineke) krijg ik een foto van Cor en Annie (links achter) in Indië, met vooraan in het midden Elly en Tineke. Toen de foto werd genomen, ging alles nog goed. Na 8 maart 1942 verandert de situatie snel.


  










Op 18 oktober 1945 zetten de broers en zussen Ran een overlijdens-advertentie in een Gorcumse krant: hun broer Cor is overleden, in januari 1945 in Ngawi (een interneringskamp). Maar van Tineke hoor ik dat haar vader al een jaar eerder is overleden, op 22 januari 1944, en in een ander kamp: Tjimahi. Onder de advertentie ontbreken Cornelia Ran en haar man Jan van der Wiele. Waarschijnlijk weet de familie in Nederland nog niet hoe het met hen is. 

















In de bibliotheek van Rotterdam vind ik de Geïllustreerde atlas van de Japanse kampen in Nederlands Indië 1942-1945 (Purmerend, 2001), met gedetailleerde gegevens over de kampen zelf en over transporten van geïnterneerden. Hoe kan het Cor zijn vergaan? Tineke was 9 jaar toen ze haar vader voor het laatst zag, dus hij is, zoals de meeste mannen, in 1942 vastgezet. Vanaf april 1942 werden veel ambtenaren uit Soerabaja verzameld in de Boeboetangevangenis in de stad. En op 27 februari 1943 komen 385 ambtenaren uit Soerabaja aan in Tjimahi. Misschien was Cor daarbij. 

Jan Ran vertelt me dat Annie (de vrouw van Cor) en Cornelia (de vrouw van Jan) met hun kinderen in hetzelfde kamp zaten. De internering verliep in fasen: eerst krijgsgevangenen en mannen, een half tot anderhalf jaar later vrouwen en kinderen. In Soerabaja kwamen de vrouwen en kinderen eerst in gewone (maar op den duur overvolle) woningen in stadswijken als Koepang en Darmo terecht. Vanaf september 1943 tot april 1944 werden ze getransporteerd naar kampen in Ambarawa, Moentilan, Semarang en Tangerang. In haar roman ‘Soerabaja’ beschrijft Pauline Slot die oorlogsjaren in Indië. Zo moet het ongeveer geweest zijn.

Als op 15 augustus 1945 Japan capituleert, is de ellende niet afgelopen. Twee dagen later roept Soekarno de Republiek Indonesië uit en kort daarna, vanaf oktober, barst het geweld van de pemoeda's (Indonesische nationalistische jongeren) los. Vooral op Java, en het meest extreem in Soerabaja.  De Japanners worden tijdens deze 'Bersiap' op veel plaatsen beschermers in plaats van vijanden. Maar in Soerabaja krijgen de nationalisten de wapens van de Japanners in handen. De situatie is gevaarlijk en chaotisch. Pas begin december 1945 krijgen de troepen van Mountbattan Soerabaja enigszins onder controle. Toch eist de Bersiap tot eind maart 1946 nog veel slachtoffers. Pas vanaf april 1946 komt de evacuatie van Nederlanders op gang.

Ook Annie, Elly, Tineke, Jan, Cornelia en Rietje worden uiteindelijk geëvacueerd. Wanneer en hoe weet ik niet. De totale sterfte in de burgerkampen van Indië was 1 op 8, lees ik in de atlas. Van de 7 geïnterneerde ‘Rannen’ komt er één niet terug. Annie overlijdt kort na de oorlog, op 26 augustus 1947, in Nederland.

Tineke maakt in Gorinchem kennis met (onder andere) haar tante Door en oom Rienus Nieuwstad. Ze heeft nog steeds de ring met marquesietjes, die ze bij hen mocht uitzoeken. 

donderdag 16 januari 2014

Kedichem revisited

Als ik net - na een pauze van ruim een half jaar – van plan ben om dit blog weer op te pakken, vind ik een berichtje in mijn mailbox. Barry van Baalen (uit Gorinchem) herkende zijn betovergrootouders in de post 'Koe vangt haas' (mei 2011): Pleuntje van der Plas en Cornelis Versluis uit Kedichem. Die betovergrootouders blijken we te delen. Barry is wel van een andere tak: de ‘Trompen’. Anna Versluis, de jongste zus van mijn overgrootvader Gerrit Versluis, trouwde met Cornelis Tromp en woonde, voor zover Barry weet, in Vogelswerf.

Hij heeft foto’s, mailt hij, maar de foto op het blog kende hij nog niet. We wisselen dus foto’s en informatie uit. Daarom nu even terug naar Kedichem, naar Pleuntje en Cornelis. 


















Ze zijn in Gorcum op de foto gezet, bij Pelgrom. Ik krijg ook nog een foto van het (bijna) complete gezin Versluis. Op die foto herken ik rechts vooraan het ‘koppie’ van mijn overgrootvader Gerrit Versluis, de oudste zoon, geboren op 17 februari 1860. Daarna komen er nog 5 jongens: Willem, Marinus, Arie, Laurens en Cornelis. En twee meisjes: Maaike en Anna (geboren op 18 mei 1881). 
















Dat maakt in totaal 6 zoons en 2 dochters. Ik tel op de foto (buiten de ouders) 5 heren en 2 dames. Het lijkt me het meest waarschijnlijk dat dit alle kinderen zijn op 1 zoon na (die er misschien gewoon niet bij kon zijn). De zoons zijn al behoorlijk kaal. Misschien is de foto gemaakt ter gelegenheid van 50 jaar huwelijk? Dan is de foto van maart 1908 en is Gerrit op de foto 48 jaar. 

woensdag 22 mei 2013

Een 'Indische' connectie


Wat wist mijn moeder over het verloop van de oorlog in Nederlands Indië? Er werd natuurlijk geluisterd naar de radio en er waren de gewone kranten. Wat stond daarin? Ik tik 'Javazee' in als zoekterm in het digitaal krantenarchief van Gorcum. Niets. 'Java' dan? In het Nieuwsblad voor Gorinchem en omstreken van 6 maart 1942 staat het 'Buitenlandsch overzicht' van 2 maart 1942. Japan is op drie plaatsen op Java geland en ook de slag in de Javazee komt aan bod:















Ik betwijfel of mijn moeder zich op dat moment druk heeft gemaakt over het verloop van de oorlog in Indië. Ze maakte zich zorgen over haar broers, dat zeker, maar ze wist niet waar die precies zaten. Buiten dat is me altijd opgevallen dat haar focus lag op haar eigen gezin. Ze deed de hele oorlog lang haar uiterste best om Theo (en later ook Frieda) netjes in de kleren te houden en – belangrijker nog – om hen voldoende te eten te geven. Ook zelf probeerde ze er ondanks alles goed uit te zien. Na de oorlog vroeg ze zich af waarom ze zich daar 'in vredesnaam' zo druk over had gemaakt en nam ze zich voor om een volgende keer 'gewoon een deken om te slaan'. Toch verbaast het me niet. Goed voor jezelf zorgen is een manier om je waardigheid te behouden. Juist als die je is afgenomen, kan dat extra belangrijk worden.

In Nederlands Indië zijn de consequenties van de Japanse inval, nu ook op het bestuurscentrum Java, enorm. Zo’n 330.000 Westerse burgers en 89.000 militairen (Nederlands, maar ook o.a. Ambonees en uit geallieerde landen) worden na de capitulatie op 8 maart 1942 geïnterneerd. Mijn familie kreeg daar niet mee te maken, dacht ik. Maar dat blijkt onjuist. Een broer en een zus van Door – mijn oma Nieuwstad – woonden allebei met hun gezin in Indië. Ooms en tantes van mijn vader, die hij zich misschien alleen herinnerde van toen hij klein was. Voor mijn moeder waren het vreemden. Maar voor Door niet: zij moet zich wél zorgen hebben gemaakt toen ze vanaf maart 1942 geen contact meer met hen kon krijgen.















In de fotocollectie van Arnold jr. zit deze foto. Peter (van Jan) heeft een vage variant, maar met namen erbij: v.l.n.r. zien we oom Cor, ene Mien van Leeuwen, tante Annie en Door. Het staande jongetje moet mijn vader zijn. Cor Ran en Annie van Loenen trouwden op 28 september 1922 in Haarlem. Ze zijn allebei onderwijzer. Bij zijn huwelijk is Cor 30 jaar. Deze foto kan rond die tijd genomen zijn, of iets vroeger.

Via Peter en Rienus (van Jan, rechts onder op de foto) heb ik het mailadres gekregen van één van de dochters van oom Cor en tante Annie: Tineke Ran. Ze is 81 jaar en woont in Australië. Haar oorlogservaringen zijn van haar en komen hier niet aan bod. Ik beperk me tot de feiten, voor zover ik die kan achterhalen. 



zondag 12 mei 2013

Waar blijft de Heemskerck?


In de staat van dienst van Gerrit staat, dat hij het Oorlogsherinneringskruis kreeg met de gesp ‘Krijg ter Zee 1940-1945’ en de gesp ‘Java Zee 1941-1942’. Die gesp kreeg je vast niet door te laat te komen voor de slag in de Javazee, wat ik eerder over de Heemskerck schreef. Hoe zit dat?

Nu maar meteen een degelijke bron geraadpleegd: Ph. M. Bosschers driedelige ‘De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog’, uit 1986. In deel 2 en 3 staat informatie over het verloop en de nasleep van de slag, die zo desastreus eindigde. De Heemskerck vertrekt op 25 februari 1942 uit Trincomalee met munitie voor de Britse schepen. Onderweg volgt een concrete order: naar Tjilatjap. In de nacht van 1 op 2 maart zijn ze daar nog 12 uur vandaan.

In de dagen daarvoor is hevig gevochten om Japan te beletten met een invasievloot van 30 transportschepen op Java te landen. Begin 1942 is ABDACOM gevormd: American British Dutch Australian Command onder Britse leiding. Gezamenlijke oefeningen zijn niet aan de orde, ze moeten meteen aan de bak. Begin februari vormt ABDACOM een Striking Force onder schout-bij-nacht Karel Doorman, die onder de Nederlandse vlootvoogd Helfrich valt. Vanaf 20 februari is de Striking Force actief rond Java. Japan blijkt sterk en heeft luchtoverwicht. Op 26 februari is duidelijk dat Japan aan land wil gaan op Oost Java.






uitsnede kaart Indische archipel, Bosscher deel 2, pagina 354


Doormans doel is de Japanse transportvloot. Maar waar zit die vloot? Bovendien heeft hij luchtsteun nodig om Japan aan te kunnen. Die vraagt Doorman herhaaldelijk, maar krijgt hij niet. In de nacht van 26 op 27 februari is Doorman op zoek naar de Japanners, maar vindt hij ze niet, mede omdat verkenningsberichten niet of sterk vertraagd doorkomen. In de ochtend van de 27e krijgt Doorman van Helfrich de order om aan te vallen. Rond 16.00 uur barst een gevecht los waarbij de Kortenaer en de Electra verloren gaan; de Exeter raakt beschadigd en draait af. Andere schepen volgen, wat niet de bedoeling is. Dat is het moment waarop Doorman seint: ‘All ships follow me’. Zo weet hij de kruiserlinie te herstellen.

Intussen is de Japanse transportvloot om 17.00 uur verkend, maar Doorman krijgt de locatie pas om 19.30 uur door. Hij probeert waarschijnlijk, met of zonder informatie, tussen de transportvloot en de landingslocatie te komen. Daarbij loopt de Jupiter op een (geallieerde) zeemijn. Zijn eigen schip, HM De Ruyter, wordt rond 23.30 uur getroffen, vrijwel tegelijk met de Java. Doorman gaat op 28 februari om 1.00 uur met zijn schip ten onder. Waller, ‘second in command’, besluit kort daarna terug te trekken.

Een klein deel van de vloot was beschikbaar gehouden voor een eventuele Japanse aanval op West Java. Die vijf schepen ontkomen naar Ceylon. Vier Amerikaanse jagers bereiken via de straat van Bali het Australische Fremantle. Maar zes andere geallieerde schepen gaan nog verloren: de Evertsen, de Houston en de Perth in Straat Soenda – de route waarlangs ze naar de Indische Oceaan willen ontsnappen –, de eerder beschadigde Exeter, geëscorteerd door de Encounter en de Pope nog voordat ze Straat Soenda hebben bereikt.

Doorman heeft achteraf veel kritiek gehad. Oók van Gerrit Versluijs, vertelt zijn zoon. Gerrit vond dat Doorman had moeten wachten op versterking van o.a. de Heemskerck. Doorman was het duidelijk met Gerrit eens dat hij versterking nodig had, vooral in de vorm van tijdige inlichtingen en luchtsteun. Maar die kreeg hij niet. Wel kreeg hij - van Helfrich - de niet mis te verstane order om aan te vallen op de 27e, met schepen uit vier verschillende landen, die nog nooit samen hadden geopereerd en die al verschillende dagen (en nachten) actief waren in het gebied.









de Heemskerck in camouflagekleuren, maritiemdigitaal.nl


Waar blijft de Heemskerck? Die heeft in de nacht van 1 op 2 maart de order gekregen om terug te keren. Volgens Bosscher wordt de kruiser op de ochtend van 2 maart verkend door een Japans vliegtuig, waarna er 9 bommenwerpers verschijnen. Salvo’s van de Heemskerck hebben geen effect: de bommenwerpers zitten te hoog. Maar de bommen hebben ook weinig effect: de Heemskerck weet ze te ontwijken. Volgens Bosscher was het schip op 6 maart terug op Ceylon. Volgens Gerrits zoon voer de Heemskerck daar via Australië heen. Dan moet de kruiser erg snel geweest zijn, want op de heenweg had hij vier dagen nodig gehad om Nederlands Indië te bereiken.